Over de gemeente
Langemark-Poelkapelle is een welvarende gemeente die bestaat uit drie deelgemeenten: Poelkapelle, Bikschote en Langemark. De laatste herbergt nog twee noemenswaardige parochies: Sint-Juliaan en Madonna. Gezamenlijk beslaan deze gebieden een oppervlakte van 52,53 km² en huisvesten ze ongeveer 8.015 inwoners.
- Oppervlakte: 52,53 km²
- Inwoners: ±8.015
- Coördinaten: 50°55′ NB, 2°55′ OL
- Hoogte: 6 – 27 meter
- Streek: Zandlemig Vlaanderen
- Buurgemeenten: Ieper, Lo-Reninge, Houthulst, Staden en Zonnebeke
Geschiedenis
Langemark werd voor het eerst vermeld in 879, als Langemarcq. In 1102 werd de kerk van Langemark aangemerkt als parochiekerk, met het patronaatsrecht in handen van de Abdij van Voormezele. In 1256 werd een Clarissenabdij gesticht. De Abdij van Corbie richtte een Benedictijnenabdij op in het Vrijbos — gedeeltelijk op het grondgebied van Langemark — die in 1568 door de Geuzen werd verwoest.
In 1250 werd het Sint-Paulushospitaal gesticht. In 1296 verkreeg Langemark grafelijke privileges, waaronder het recht op een weekmarkt en een lakenhal, wat duidt op een bloeiende lakennijverheid. In 1344 werd de lakenhal verwoest door de Ieperse wevers onder leiding van Jaak de Bets.
Diverse kapellen groeiden uit tot afzonderlijke dorpen: de Capelle ten Poele werd Poelkapelle, de Sint-Juliaankapel werd Sint-Juliaan. In 1971 fuseerde Langemark met Bikschote en in 1977 met Poelkapelle. Na protest van de Poelkapellenaren werd de nieuwe gemeente Langemark-Poelkapelle genoemd.
Eerste Wereldoorlog
Langemark-Poelkapelle wordt onlosmakelijk verbonden met de Grote Oorlog. Het lag vier jaar lang pal op de frontlijn en werd volledig verwoest.
Tijdens de Eerste Slag om Ieper (oktober–november 1914) ontstond in Duitsland de Langemarck-mythe na foutieve berichtgeving over heldhaftige gevechten van jonge studenten-vrijwilligers. De gevechten hadden eerder in Bikschote plaatsgevonden, maar Langemark klonk “Duitser” — vandaar ook de naam Studentenfriedhof voor de Duitse militaire begraafplaats.
Op 22 april 1915 vond tussen Poelkapelle en Bikschote de eerste grootschalige chemische aanval in de geschiedenis plaats. De Duitsers gebruikten chloorgas dat met de wind meedreef richting de geallieerde troepen. The Brooding Soldier in Sint-Juliaan is het blijvende gedenkteken.
Bij de Derde Slag om Ieper (31 juli 1917) vormde Langemark-Poelkapelle opnieuw het strijdtoneel. Onophoudelijke beschieting herleidde het dorp tot een maanlandschap van kraters. Honderd dagen later bereikten de geallieerden Passendale. In deze slag verdween de Franse piloot Georges Guynemer boven Poelkapelle. Het eindoffensief op 28 september 1918 begon grotendeels op het grondgebied van Langemark.
Begraafplaatsen en monumenten
- De Deutscher Soldatenfriedhof herbergt 44.000 gesneuvelde soldaten.
- De gemeente telt zeven Britse militaire begraafplaatsen.
- In Sint-Juliaan bevindt zich een Canadees oorlogsmonument (The Brooding Soldier).
Kerken
- Sint-Pauluskerk — Langemark
- Onze-Lieve-Vrouwekerk — Poelkapelle
- Onze-Lieve-Vrouwekerk — Madonna
- Sint-Juliaanskerk — Sint-Juliaan
- Sint-Andreaskerk — Bikschote
Mobiliteit
Vroeger had Langemark-Poelkapelle een spoorwegverbinding met Roeselare en lag het op spoorlijn 63 tussen Ieper en Torhout. Het voormalige station deed jarenlang dienst als brandweerkazerne en kwam na de bouw van een nieuwe kazerne in 2006 leeg te staan. Het spoortraject werd omgevormd tot een fietspad: de Vrijbosroute.
Gemeentehuis
Het huidige gemeentehuis is een voormalig kasteel dat bewoond werd door de familie De Patin, ook omschreven als Cotteau de Patin of De Patin de Langemarck.